De column van Aart Staartjes

Dat zal ons niet meer gebeuren

In 2016 vonden we ons vakantiehuis in gehavende staat terug. Muizen, kakkerlakken en mieren hadden zich tegoed gedaan aan al het eetbaars dat wij, stom genoeg, achterlieten in 2015. Dit jaar komen we in een prachtig, schoon huis terug, dachten wij. De reis, via vliegveld Groningen, was al een enorme vooruitgang vergeleken bij de ramptocht van vorig jaar via Schiphol. Corendon bracht ons rustig en veilig naar Kos. We moesten weliswaar een dag lang op onze boot wachten, maar daar lachten wij om.

Het gehuurde autootje stond klaar aan de haven van Patmos en fluitend en zingend reden we naar huis. Het zag er heel netjes uit. De kakkerlakken ritselden niet razendsnel voor onze voeten weg. De tegels zagen er verzorgd en schoon uit. Op het briefje van onze huisbewaarders stond wel dat het licht in de kleine slaapkamer raar deed en dat er weinig waterdruk was. Maar dat zouden we makkelijk kunnen verhelpen dachten wij.

In de meterkast stond één schakelaartje naar beneden, dus uit, en toen we het terugzetten kwam er vuur uit en een knal. De waterpomp, die ons huis van stromend water voorziet, weigerde dienst. We belden gelijk onze trouwe loodgieter Fokas. “Dat wordt een nieuwe pomp”, oordeelde hij. “En voor die stroomstoring moet je electricien Kiriakos hebben.” Gelukkig kwam hij diezelfde avond nog.

“Die kortsluiting komt van buiten af. Veel water in de muur, dus ook in het stopcontact. Dat moet ik vervangen. Een gat in de muur en een nieuwe contactdoos er in.” Uit de kamer hoorde ik mijn vrouw Hanna mopperen en zuchten. “De televisie doet niks en het internet ligt plat en in de keuken loopt een miljoen mieren.” “Ja, maar”, pruttelde ik tegen. “We hebben tenminste goeie vaklui om ons heen. Die regelen dat wel. Het komt allemaal goed.”

Via Jorgos, de dikke computerman, kregen we weer verbinding, maar twee dagen later kwamen twee mannen van de telefoonmaatschappij de storing controleren. Ze rommelden wat aan een heleboel draadjes en riepen: “de storing is verholpen.” En gingen weer weg. Maar het internet was ook vertrokken. Het ging dit jaar vier weken zo door. De motor van onze boot hield er tijdens het varen mee op. Gelukkig dicht in de buurt van de scheepswerf en een bootje met twee monteurs sleepte ons naar de kant. De oude Fiat Panda stond vast met geblokkeerde achterwielen en de filterpot van het zwembad was uit zijn bodem gezakt en de kortsluiting die daarop volgde was gedenkwaardig.

Nu eindelijk, bij het schrijven van dit stukje, lijkt er rust te komen in ons vakantiedrama. Nog wel hier en daar hoge rekeningen betalen, maar het eind is in zicht, ook van onze spaarpot. Dus, lezers van deze overdenking, weest gewaarschuwd. Een Grieks vakantiehuis heeft zo zijn keerzijde.